- Zoektocht naar het onbekende
- De Romeinen waren als eerste '
buitenlanders' op de hoogte van het bestaan van die gebied. Meer dan 2000
jaar geleden ondernamen zij al expedities en het is hen ook gelukt de
Sahara van noord naar zuid te doorkruisen. Arabische wetenschappers
beschikten al ruim duizend jaar geleden over gedegen kennis van veel
delen van de Sahara maar hun ervaring drong nauwelijks tot de westerse
wereld door. Op wereldkaarten van de achttiende eeuw was het gedeelte
waar de Sahara ligt nog niet ingekleurd. Soms werd deze blinde vlek
verfraaid met fantasievolle, versierde wezens, die gif en vuur spuwden
en vreemde indringers verslonden. Zelfs honderd jaar later, dacht de
grote fysisch-geograaf Alexander von Homboldt (1769 - 1859) dat de
Sahara een geweldige grote uniforme zandvlakte was. Vreemd genoeg
denken tegenwoordig veel mensen er nog zo over. In 1826 bereikte de
Schot Gordon Laing als eerste Europeaan de legendarische woestijnstad
Timbouktou. Een jaar later arriveerde de Fransman René Caillie in dit
belangrijke karavaanknooppunt aan de zuidrand van de Sahara. De
periode van systematisch onderzoek begon pas toen de Duitse
ontdekkingsreiziger Heinrich Barth (1821-1865) in 1850 een reis van vijf jaar
ondernam naar Noordwest Afrika. De boeken van Barth waren in die tijd
bestsellers, maar nu staan ze vergeten in de kelders van de
bibliotheken. Velen zijn hen gevolgd, zoals de Nederlandse Alexandrine
Tinne. Zij was een opvallend mooie vrouw die in 1869 op 29 jarige
leeftijd probeerde de binnenlanden van Afrika te bereiken. De karavaan
werd echter in de buurt van de Libische oase Murzuk door een
Toearegstam overvallenen volledig geplunderd. De mooie Alexandrine
werd gevangengenomen, haar arm afgehakt en van God en iedereen
verlaten bloedde zij daar dood. Meer over haar leven is te vinden op
de website van het
Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
Een
lijst van de vroegere Sahara reizigers is hier te vinden
- Gordon Laing
|
- Alexander von Homboldt
|
- Wie over de Sahara spreekt, ontkomt niet
aan van de Sahara-kenner bij uitstek
Théodore Monod. Deze Franse
onderzoeker kwam vanaf 1934 steeds in het nieuws met zijn gedurfde
kameeltochten door de meest afgelegen en totaal onbekende delen van de
Sahara. Op 12 december 1954 startte Monod een expeditie vanuit de
kleine oase Ouadâne in Mauritanië vergezeld van twee lokale mensen
en verscheidene rij- en pakkamelen. Hij was van plan om één van de
laatste onbekende gebieden te onderzoeken. Wekenlang reisden Monod
door niemandsland van de zuidwestelijke Sahara. Overdag sloegen hete
zandstormen hem in het gezicht en 's nachts was hij blootgesteld aan
snerpende kou. Af en toe moesten hij en zijn reismakkers lopen om de
kamelen te sparen. Totaal uitgeput hielden zij zich aan de staarten
van de kamelen vast. De kleine karavaan legde 900 kilometer af door
een volledig waterloos gebied. Monod deed op deze reis sensationele
ontdekkingen. Hij trof midden in de woestijn zeer uitgestrekte,
uitgedroogde meren aan, met langs de oevers de overblijfselen van
vissersdorpjes. Duizenden, uit bod gesneden harpoenen, lagen verspreid
over het woestijnzand. De bodem van het uitgedroogde meer was bezaaid
met botten van nijlpaarden, vissen en krokodillen.
Théodore Monod
stierf op 98 jarige leeftijd op 22 november 2000.
|

|

|
- De motieven
-
- Wat zoeken al die woestijnreizigers?
Soms gaat het om concrete zaken, zoals de Franse etnoloog en
Sahara-kenner
Henri
Lhote (1903 - 1991), die in het fascinerend boek 'à la découverte des fresques du Tassili' (1958) het opzienbarend bewijs
levert dat de Sahara eens een vruchtbaar gebied is geweest. Daarvoor
verbleef hij zestien maanden met een groep energieke Fransen, op het
moeilijk te bereiken Tassili plateau. Zij hebben de duizenden
rotsschilderingen van de voorhistorische woonplaatsen geïnventariseerd.
Voorstellingen die 8000 jaar teruggaan en een beeld geven van mensen
en dieren, taferelen uit het dagelijks leven, dansen en feesten, het
geestelijk en religieus leven van volken uit verschillende tijden.
Even twijfelt hij of hij Atlantis heeft ontdekt. Hij schrijft:
"Nee, Atlantis hebben we niet ontdekt. Maar we hebben wat beters
gedaan: we hebben vastgesteld dat het midden van de Sahara in het
jongste stenentijdperk, het Neolithicum, één van de boeiendste
woongebieden der voorhistorie moet zijn geweest en dat in die
woestijn, vroeger met uitgestrekte weiden en bossen bedekt, een hele
reeks beschavingen elkaar hebben opgevolgd, die nu een niet uit een
sprookje komen".
|
-

|
- rotsgravure in het Tassiliplateau
in Algerije
|
|
- Heinrich Barth (1821-1865)
|
|
Anderen zoeken de uitdaging meer bij
zichzelf.
T.E.Lawrence - van Lawrence of Arabia
- schreef in ' Seven
pillars of wisdom' (1926): "De bronnen van mijn energie dorst ik
niet te peilen. Het concept van tegenstellingen tussen lichaam en
geest, elementair in de de Arabische zelfverloochening, was voor mij
geen enkele hulp. Ik bereikte overgave (voor zover ik die werkelijk
bereikte) via een heel andere weg, via mijn besef dat het mentale en
het fysieke onafscheidelijk waren; dat ons lichaam, het universum, ons
denken en onze gevoelens geconcipieerd waren in en dankzij het
moleculaire magna, het universele element waarin vormen als klonten en
clusters van gevarieerde dichtheid ronddreven." Zelf zou ik niet
zo ver willen gaan.
Ik kan mij redelijk vinden in de in
Parijs geboren Britse
ontdekkingsreizigster Dame Freya Stark (1893-1993) die een in een brief aan
haar moeder een ironische opsomming gaf van deugden waaraan de ware
reiziger moet voldoen, namelijk:
- Normen accepteren die niet je eigen
normen zijn en waarden herkennen die niet je eigen waarden zijn.
- Te weten hoe je zonder je op te winden
domme mensen en ontoereikend gereedschap moet aanpakken
- In staat zijn jezelf los te maken van
je lichamelijke gewaarwordingen.
- In staat zijn te slapen en te eten
als en wanneer het kan.
- Niet alleen de natuur lief te hebben,
maar ook de menselijke natuur.
- Een onbevooroordeelde, aandachtige en
niet al te kritische geest te bezitten- met andere woorden:
onzelfzuchtig te zijn.
- Aan het eind van de dag net zo kalm
en goedgehumeurd te zijn als aan het begin.
Ieder reist binnen zijn eigen avontuur.
Nogmaals, wat zoeken al deze mensen, en ook ik in de Sahara? De
woestijn leert ons hoe weinig men nodig heeft om te leven. Schijnbaar
eenvoudige zaken als schaduw, tijd, zout, de dood, waarbij men in het
dagelijks leven nauwelijks bij stil staat, krijgen nieuwe waarden. Bij
het reizen in de Sahara gaat het om primaire zaken. Één element van
groot belang is water. Water is leven.
Water
- Water is in de Sahara een geliefd
onderwerp; het hebben of juist het ontbreken er van, de smaak, wat
je er allemaal mee kunt doe. Het heeft de cultus van goede wijn,
geneesmiddel, afkoeling, wat dan ook, water is overleven. De eerder
genoemde Théodore Monod schrijft
er in zijn boek 'Méharées' (1936) het volgende over: "De
Sahara is niet een gebied waar het nooit regent; er is geen plek op
aarde waar het nooit regent. maar het is een gebied waar regen
zelden voorkomt: eens in de tien jaar in In Salah, wat een jaarlijks
gemiddelde is van 166 keer zo weinig als Parijs, en dat valt dan in
één bui".
- Zelf reden wij van Gao in Mali schuin
door naar Tamanrasset in Algerije. Wij hadden vergeefs gezocht naar
medereizigers. Aangezien wij deze route al vaker hadden genomen,
vertrouwden we op onze ervaring. Wij hadden ons voorbereid op de
ongeveer 900 kilometer die de route beslaat, vooral op het ontbreken
van drinkwater. De tweede dag begon het te regenen. Die nacht hebben
we de auto tweemaal moeten verplaatsen om niet weggespoeld te
worden. De derde dag stonden we voor een snel stromende rivier van
zeker een kilometer breed. Na achtenveertig uur was het water
zover gezakt dat wij er doorheen konden rijden. Wij waren toch op
alles voorbereid, meenden we. Op zich was er niets aan de hand. We
hadden voedsel en brandstof genoeg, maar toch waren we overvallen.
Onze conceptie over de Sahara klopte niet meer. Weken daarvoor
doorkruisten nog vrolijk rivieren in het tropisch regenwoud maar
hier waren we van ons stuk gebracht. Hier behoorden wij door het
zachte mulle zand te rijden met de spanning om tot aan het chassis
er in vast te komen zitten en dan met vijftig graden in de schaduw
met zandplaten te sjouwen.
|