| Robert Mugabe,
president van Zimbabwe, spreekt de
Verenigde Naties toe tijdens de 62e
Algemene Vergadering. (Foto
Reuters)
Zimbabwe nam gisteren een wet
aan die „de inheemse bevolking" een
meerderheidsbelang geeft in buitenlandse
bedrijven. Na de boerderijen worden de bedrijven
weggegeven.
|

|
Kaapstad/Harare, 27 sept.
’s Werelds grootste producent van
tomatenketchup zag de bui al eerder hangen. Het
Amerikaanse HJ
Heinz, een van de grootste investeerders in
Zimbabwe sinds de onafhankelijkheid, verkocht
begin deze maand de boel en vertrok na 27 jaar
uit het land. Gisteren joeg de regeringspartij
van president Mugabe een wet door het parlement
die de achterblijvende multinationals zal
dwingen het voorbeeld van Heinz te volgen,
tenzij de knieën sterk zijn.
Onder de ‘
Indigenization and Empowerment Bill’ zijn
alle bedrijven nu verplicht meer dan de helft
van hun aandelen te verkopen aan „de inheemse
bevolking”. Onder inheems verstaat de regering
nadrukkelijk geen Aziaten, en geen blanken,
tenzij ze kunnen aantonen dat ook zij hebben
geleden onder de blanke overheersing van voor
1980.
„Deze wet gaat niet over
de economie maar over politiek”, legde de
minister van Inheemse Zaken gisteren uit. „Wij
staan de totale bevrijding van Zimbabwe voor.”
Zeven jaar geleden
bevrijdde de Zimbabweaanse
regering het platteland onder dezelfde vlag.
Sinds 2000 zijn meer dan vierduizend blanke
boeren verjaagd van hun landerijen. De koloniale
geschiedenis
rechtzetten was het doel. Onkruid op het land
was het gevolg. De meeste boerderijen werden
uitgedeeld aan politici en zakenmannen die warme
banden hebben met regeringspartij Zanu PF.
Weekendboeren worden ze genoemd, op straat in
Harare. Te herkennen aan de terreinwagens die na
een lang weekend op het platteland, op maandag
met modder aan de wielen door de stad rijden.
De regering ziet de
gisteren aangenomen wet als een voltooiing van
een proces. Na de farms, nu de firms. „Dit is
de plundering van Zimbabwe, deel twee”, zegt
een handelaar op de aandelenbeurs van Harare.
Hij wil zijn naam nadrukkelijk niet in de krant,
bang voor repercussies. „De situatie die nu
ontstaat is onwerkbaar. De meeste bedrijven die
hier nog actief zijn worden gerund door
entrepreneurs die gedreven door persoonlijke
overtuiging de boel op poten houden. Maar dat
houdt natuurlijk op als je de helft van de
aandelen ineens moet verkopen aan een ander.”
Ondanks het economisch
verval van de afgelopen acht jaar opereren er
nog opvallend veel multinationals in Zimbabwe.
Onder die bedrijven zit ondermeer de Britse bank
Barclays
, die eerder dit jaar door de oppositie werd
beschuldigd van „het financieren van het
regime”. Terwijl de landbouw instortte,
beleefde met name de mijnindustrie gouden
tijden. Zimbabwe is een belangrijke producent
van platina, op de internationale beurzen al
jaren een van de best presterende grondstoffen.
„Wat de buitenwereld ook
mag denken, onze bedrijven presteren
uitstekend”, zegt de directeur van de
aandelenbeurs, Manuel Muniukwe. Juist de
inflatie (deze maand 6600 procent) heeft de
aandelenkoersen van de genoteerde bedrijven de
afgelopen jaren naar recordhoogten gedreven.
Sparen is dom, beleggen gegarandeerd succesvol.
Toch vreest Muniukwe dat de nieuwe wet de
economie verder zal verstoren. „Je moet de
wetten van vraag en aanbod niet tarten. Een
investeerder wil geen bemoeienis van de
overheid. Heel simpel.”
Aan de dwingende wetten
van de markteconomie stoort de regering zich
niet. In juni dwong de regering alle winkels de
prijzen te halveren, in een poging de inflatie
tegen te gaan. De oppositie noemde het een
wanhoopspoging om de steun van de armste kiezers
te winnen in de aanloop van de verkiezingen voor
parlement en president volgend jaar. Maar lege
schappen waren het gevolg. De kiezer kan zijn
eerste levensbehoeften alleen nog krijgen op de
zwarte markt. Zimbabwe begint te lijken op
Oost-Europa, ten tijde van de Berlijnse Muur.
In dat systeem is de
eerste zorg van Mugabe de zorg voor de
nomenklatoera. Het patronagesysteem, de
dorpshoofden, de generaals en de politiechefs
moeten gevoed. De spreekbuis van de regering,
dagblad The
Herald, publiceerde deze maand een foto
waarop de 266 dorpshoofden ieder een gloednieuwe
terreinwagen ontvingen van de minister voor
Plattelandszaken. De steun van de
plattelandsdistricten is al gegarandeerd. De wet
die het parlement gisteren aannam is het begin
van de campagne in de grote stad.
Oppositiepartij MDC liep
gisteren demonstratief het parlement uit, uit
protest tegen de wet. Sinds regeringspartij Zanu
PF in 2005 bij parlementsverkiezingen meer dan
tweederde van het aantal zetels binnenhaalde, is
dat de enige manier van oppositievoeren geworden
die de kranten nog haalt.
Tijdens onderhandelingen
met de regering, die worden gehouden in Pretoria
onder regie van Zuid-Afrika, gaf de MDC deze
week het verzet op tegen een grondwet die
president Mugabe al acht jaar nastreeft. Andere
tegenstanders van de regering, zoals de
vakbonden, veroordeelden de deal, omdat de
constitutie teveel macht in handen van Zanu PF
zou leggen.
Toen president Mugabe
gisteren klaar was met zijn tirade tegen de
Amerikaanse president bij zijn toespraak voor de
VN in New York, dankte hij de oppositie
hartelijk voor de samenwerking in Pretoria.
Niets staat zijn macht nu nog in de weg.