Op de luxe hotelketens en appartementen langs de Marokkaanse Middellandse Zeekust na, is de sfeer typisch Afrikaans. Rommeliger, rauwer. Bontgekleurde vrachtauto’s vervoeren in een open laadbak enorme bossen gras, een kudde schapen, of dicht opeengepakte landarbeiders. Groepjes vrouwen zijn druk in de weer met het wassen van enorme lappen in een rivier, hun rokken glimmend van het water. Kindjes spelen en spartelen om ze heen. De eerste tekenen van intensief gebruik van de aanwezige waterbronnen.
![]() |
![]() |
| de groene kust bij Tanger | De groene valleien in het zuiden van Marokko |
In films als
Lawrence of Arabia, Gladiator, The
Sheltering Sky en Babel dient
Marokko vooral als decor van droog,
door leven verlaten gebied. Je
verwacht daarom elke kilometer die
je zuidelijker reist een eentonig
landschap, dat je voor je uit
dromend voorbij laat schieten.
Maar gelegenheid om te mijmeren is
er niet, Marokko slaat je met kleine
verrassingen om de oren. Een oud,
gebogen vrouwtje laat haar koe uit
in een sloot langs de weg. In volle
vaart passeert een splinternieuwe
Mercedes-taxi, die vol op de rem
moet voor een ruim beladen ezel die
de straat oversteekt. Zijn herder,
de puntmuts van zijn djellaba ver
over het hoofd getrokken als
bescherming tegen de zon, gebaart
met zijn arm ‘rustig aan’ en sloft
stoïcijns door.
Rustig aan is sowieso de beste
manier om van de on-Europese
taferelen en het steeds wisselende
landschap te kunnen genieten. En dat
is opvallend groen, hier in het
noorden.
Het grootste gedeelte wordt
ingenomen door de Rif, een
maanvormige berggebied dat van
havenstad Tanger tot aan de
Algerijnse grens loopt en
voornamelijk wordt bevolkt door
Berberstammen. In een gebied waar je
het nauwelijks zou verwachten,
wisselen kale bergkammen af met een
grote variatie aan groentinten.
Geitenhoedsters in rood met witte
rokken en rieten hoeden op steken
als felgekleurde snoepjes af tegen
het landschap.
Op de kaart lijkt het gebied
onherbergzaam, ruig en niet erg
toegankelijk. Maar de weg naar Fez
en Meknes slingert organisch met het
landschap mee langs uitgestrekte
bossen met dennen, sparren, eiken en
ceders. De gemiddelde regenval van
zo’n 900 millimeter per jaar en het
mediterrane klimaat maakt de grond
rijp voor deze boomsoorten. Mooi om
te zien, maar de bewoners hebben
meer aan de vijgen-, amandel- en
olijfbomen die langs de hellingen
groeien: de vruchten leveren in de
lokale souks geld op.
Landbouw is de grootste
broodverschaffer in dit gebied. Er
wordt veel – ook illegaal – gekapt
voor akkers. Het regenwater wordt in
de ontboste grond niet lang
vastgehouden, wat de vruchtbaarheid
niet ten goede komt.
Op zoek naar alternatieve
inkomstenbronnen wordt meer en meer
het wandel- en duurzaam toerisme
ontdekt: veelvuldig duiken de borden
op die verwijzen naar b&b’s,
eco-boerderijen en wandelroutes. Het
‘eco’ zal overigens ook staan voor
economisch met water omgaan...
Centraal in het Rifgebied ligt
Chefchaouen, op 600 meter hoogte in
een vallei, tussen twee bergen
ingeklemd. Het ambachtsstadje van
nog geen 40.000 inwoners wordt ook
wel de ‘blauwe stad’ genoemd. Blauw
is het niet, op de medina na zijn de
meeste huizen zelfs nogal groezelig
van kleur, maar opvallend zijn wel
de vele tinten blauwe verf op de
deur- en raamposten.
![]() |
![]() |
|
Chefchaouen, op 600 meter hoogte |
Een kat in de blauwe stad Chefchaouen |
,,Tegen insecten en leuk voor
toeristen,’’ lacht de uitbater van
lunchroom Diafa. Hij schotelt een
heerlijk zoet gebakje van amandelen,
honing en bladerdeeg voor met een
lang glas café cassé, een soort
koffie verkeerd. ,,Vroeger durfden
in deze streek alleen de hippies te
komen, die kwamen op de goedkope
kif, marihuana, af. Die groeit hier
namelijk als kool.Maar steeds meer
toeristen ontdekken de Rif vooral
als mooi natuurgebied,’’ zegt hij.
Veel Marokkanen vinden de regio
hopeloos ouderwets, maar je kunt het
evengoed authentiek noemen. De
familietradities zijn sterk overeind
gebleven, mensen zijn meer op elkaar
aangewezen in dit gebied. Het is
daarom een stuk veiliger dan meer
ontwikkelde gebieden zoals rondom
Rabat en Casablanca.
Tijdens een wandeling door de
smalle, steile straten in de medina
zie je handwerkers in hun winkel
nauwelijks van hun werk opkijken.
Bij een sieradenatelier wacht een
Franse toeriste geduldig op de
eigenaar, die muntthee drinkt bij
zijn buurman. ,,Kijk maar rond, kom
zo,’’ roept hij in gebroken Frans.
De kifverkopers zijn niet helemaal
verdwenen, maar op een gemiddelde
dag in het centrum van Amsterdam
krijgt je meer narigheid aangeboden.
Van de vier ‘koningssteden’ Fez,
Meknes, Marrakesh en Rabat lijkt de
laatste – hoofdstad van Marokko –
het minst populair op de
toeristische routes. Ten onrechte,
want Rabat verrast. Tegen het
historische decor van de ‘Oudaïa
Kasbah’, een ommuurde vesting, lopen
jonge vrouwen in skinny jeans en
jongens met hippe hoedjes en
postpunk-kapsels naast familieleden
in traditionele kaftans. Meisjes met
een surfplank onder de arm zijn hier
geen vreemd verschijnsel. De golven
beuken tegen het rif voor de
Koninklijke Surfclub, op loopafstand
van de kasbah. Erelid is de huidige
koning Mohammed VI, een groot
watersportliefhebber. In zowat
iedere winkel en café in Marokko
hangt een foto van hem. Geen statige
portretten, maar in steeds
verschillende omstandigheden; in
Rabat is het opvallend vaak een foto
waarop de koning racend op een
waterscooter te bewonderen is.
Het strand van Salé, de stad die –
slechts gescheiden door de rivier
Bou Regreg – pal naast Rabat ligt,
doet dienst als buitenspeelplaats
voor bewoners van beide steden.
De 15-jarige Hassan komt er iedere
avond tegen zonsondergang om er te
voetballen. Tussen de joggers en
wandelaars, picknickende families en
vissers door speelt hij de bal
behendig naar zijn vrienden. ,,Ik
wil hier nooit meer weg,’’ zegt hij
trots. Hij woont met zijn familie in
een volkswijk van Salé. ,,Misschien
kan ik na school in Rabat als
ambtenaar voor de overheid gaan
werken. Of in het toerisme.’’ Hij
wijst naar de grote borden langs de
weg, waarop de plannen voor de
Marokkaanse kust uit de doeken
worden gedaan. ‘Plan Azur’ is
behoorlijk ambitieus: nieuwe havens,
villa’s, en recreatieparken die het
land in 2010 nog beter als
vakantieland op de kaart moeten
zetten. ,,Dan verdien ik geld en ga
ik nog steeds elke dag naar het
strand!’’ lacht Hassan.
‘Plan Azur’ krijgt duidelijk al vorm
in het gebied tussen Essaouira,
Tahgazout en Agadir. Een prachtige
kustweg verbindt de steden met
elkaar. Soms buigt de weg
landinwaarts, waar verkopers potten
zelfgemaakte pindakaas en olie,
gemaakt van de argannoot, omhoog
houden. Geitjes klimmen tot hoog in
de toppen van de arganbomen om de
blaadjes te kunnen eten.
In het diepe zuiden zullen
mensenhanden het decor minder snel
veranderen. De beloning voor het
afleggen van de afstand, dwars door
het Atlasgebergte met zijn
besneeuwde toppen, is groot.
Sprookjesachtige rotspartijen,
oases, eeuwenoude dorpen en kasbahs.
De indrukwekkende bouwwerken dienden
als toevluchtsoord en opslagplaats –
en geregeld ook als filmdecor. Door
hun broze constructie van aarde en
stro zijn ze aan slijtage
onderhevig. Unesco heeft een aantal
op de lijst van waardevol erfgoed
gezet en daarmee behoed voor verval.
Maar vóór de kasbahs worden bereikt,
zijn er de 110 meter hoge
watervallen van Ouzoud, volgens de
reisgidsen ‘het opvallendste
natuurverschijnsel van de Atlas’. En
opvallend zijn ze inderdaad, in dit
droge landschap. Maar de echte
attractie vormen de vele groepen
jongeren en gezinnen die deze plek
ten volle benutten. Er wordt druk
gepicknickt en gemusiceerd, er
worden boottochtjes gemaakt, tentjes
opgeslagen en wandelingen gemaakt,
met de gigantische waterval slechts
in een figurantenrol.
![]() |
![]() |
|
In de schaduw van de palmbomen |
Een van de vele kasbahs in het zuiden van Marokko |
In het nog diepere zuiden geeft
water al eeuwenlang een bijzondere
vorm aan het landschap: de rivier de
Dra, die zijn oorsprong in het
Atlasgebergte heeft, trekt er een
groen spoor tussen rotsen en door
woestijnzand, om uiteindelijk in de
Atlantische Oceaan uit te monden.
Langs de rivierbedding, tussen
Ouarzazate en Zagora, is een hoopvol
landschap ontstaan waar dadelpalmen
groeien. Op de warmste uren bieden
ze beschutting aan de landbouwers.
In deze zuidelijke ‘tuin’ van
Marokko worden graan, fruit, uien,
rozen, kruiden als koriander,
saffraan en peterselie geoogst. De
overgang naar zuidelijker Afrika is
merkbaar: de mensen worden
donkerder, de kleding kleurrijker en
de gemoedelijkheid straalt van de
gezichten.
Een voorzichtige ontdekkingstocht
over de smalle paden tussen de
groene velden – mag je hier wel
lopen? – kan zomaar een handvol
verse koriander of een roos
opleveren. Stevige vrouwen zwaaien
met bewonderenswaardig gemak de
overvolle zak met smaakmakers van
hun hoofd om nieuwsgierige bezoekers
te laten proeven. Een jongetje rent
langs op versleten slippers. Dan
rent hij terug, om met een brede
grijns een van de roosjes die hij
zojuist heeft geplukt te
overhandigen.







