Marokko

Een reisimpressies van Marokko in 2009

Gegevens
Foto's 
links
Kaart &Waypoints
Prijzen & Tips
Taal
impressies
 
 

Wonderen bestaan  

Door ALEXANDRA GOSSINK

10 februari 2009

Overgenomen van:

Het is in Marokko een veelgehoorde uitdrukking: ‘Water is leven’. En inderdaad, in een land waar je vooral veel zand verwacht, is opvallend veel groen.

In de verte zindert de woestijn, maar in de Dra-vallei is het koel en groen. Hier ervaar je het zoveelste wonder wat het soms schaarse water in Marokko kan verrichten.
Het landschap in het bovenste puntje van Marokko is inwisselbaar met de Andalusische heuvels aan de overkant. Wie met een van de dagelijkse ferry’s vanuit Spanje aankomt, ontdekt vooral in de mensen, vervoermiddelen en dorpen het verschil met Europa.

Op de luxe hotelketens en appartementen langs de Marokkaanse Middellandse Zeekust na, is de sfeer typisch Afrikaans. Rommeliger, rauwer. Bontgekleurde vrachtauto’s vervoeren in een open laadbak enorme bossen gras, een kudde schapen, of dicht opeengepakte landarbeiders. Groepjes vrouwen zijn druk in de weer met het wassen van enorme lappen in een rivier, hun rokken glimmend van het water. Kindjes spelen en spartelen om ze heen. De eerste tekenen van intensief gebruik van de aanwezige waterbronnen.
de groene kust bij Tanger De groene valleien in het zuiden van Marokko

In films als Lawrence of Arabia, Gladiator, The Sheltering Sky en Babel dient Marokko vooral als decor van droog, door leven verlaten gebied. Je verwacht daarom elke kilometer die je zuidelijker reist een eentonig landschap, dat je voor je uit dromend voorbij laat schieten.

Maar gelegenheid om te mijmeren is er niet, Marokko slaat je met kleine verrassingen om de oren. Een oud, gebogen vrouwtje laat haar koe uit in een sloot langs de weg. In volle vaart passeert een splinternieuwe Mercedes-taxi, die vol op de rem moet voor een ruim beladen ezel die de straat oversteekt. Zijn herder, de puntmuts van zijn djellaba ver over het hoofd getrokken als bescherming tegen de zon, gebaart met zijn arm ‘rustig aan’ en sloft stoïcijns door.

Rustig aan is sowieso de beste manier om van de on-Europese taferelen en het steeds wisselende landschap te kunnen genieten. En dat is opvallend groen, hier in het noorden.

Het grootste gedeelte wordt ingenomen door de Rif, een maanvormige berggebied dat van havenstad Tanger tot aan de Algerijnse grens loopt en voornamelijk wordt bevolkt door Berberstammen. In een gebied waar je het nauwelijks zou verwachten, wisselen kale bergkammen af met een grote variatie aan groentinten. Geitenhoedsters in rood met witte rokken en rieten hoeden op steken als felgekleurde snoepjes af tegen het landschap.

Op de kaart lijkt het gebied onherbergzaam, ruig en niet erg toegankelijk. Maar de weg naar Fez en Meknes slingert organisch met het landschap mee langs uitgestrekte bossen met dennen, sparren, eiken en ceders. De gemiddelde regenval van zo’n 900 millimeter per jaar en het mediterrane klimaat maakt de grond rijp voor deze boomsoorten. Mooi om te zien, maar de bewoners hebben meer aan de vijgen-, amandel- en olijfbomen die langs de hellingen groeien: de vruchten leveren in de lokale souks geld op.

Landbouw is de grootste broodverschaffer in dit gebied. Er wordt veel – ook illegaal – gekapt voor akkers. Het regenwater wordt in de ontboste grond niet lang vastgehouden, wat de vruchtbaarheid niet ten goede komt.

Op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen wordt meer en meer het wandel- en duurzaam toerisme ontdekt: veelvuldig duiken de borden op die verwijzen naar b&b’s, eco-boerderijen en wandelroutes. Het ‘eco’ zal overigens ook staan voor economisch met water omgaan...

Centraal in het Rifgebied ligt Chefchaouen, op 600 meter hoogte in een vallei, tussen twee bergen ingeklemd. Het ambachtsstadje van nog geen 40.000 inwoners wordt ook wel de ‘blauwe stad’ genoemd. Blauw is het niet, op de medina na zijn de meeste huizen zelfs nogal groezelig van kleur, maar opvallend zijn wel de vele tinten blauwe verf op de deur- en raamposten.

Chefchaouen, op 600 meter hoogte

 Een kat in de blauwe stad Chefchaouen

,,Tegen insecten en leuk voor toeristen,’’ lacht de uitbater van lunchroom Diafa. Hij schotelt een heerlijk zoet gebakje van amandelen, honing en bladerdeeg voor met een lang glas café cassé, een soort koffie verkeerd. ,,Vroeger durfden in deze streek alleen de hippies te komen, die kwamen op de goedkope kif, marihuana, af. Die groeit hier namelijk als kool.Maar steeds meer toeristen ontdekken de Rif vooral als mooi natuurgebied,’’ zegt hij.

Veel Marokkanen vinden de regio hopeloos ouderwets, maar je kunt het evengoed authentiek noemen. De familietradities zijn sterk overeind gebleven, mensen zijn meer op elkaar aangewezen in dit gebied. Het is daarom een stuk veiliger dan meer ontwikkelde gebieden zoals rondom Rabat en Casablanca.

Tijdens een wandeling door de smalle, steile straten in de medina zie je handwerkers in hun winkel nauwelijks van hun werk opkijken. Bij een sieradenatelier wacht een Franse toeriste geduldig op de eigenaar, die muntthee drinkt bij zijn buurman. ,,Kijk maar rond, kom zo,’’ roept hij in gebroken Frans. De kifverkopers zijn niet helemaal verdwenen, maar op een gemiddelde dag in het centrum van Amsterdam krijgt je meer narigheid aangeboden.

Van de vier ‘koningssteden’ Fez, Meknes, Marrakesh en Rabat lijkt de laatste – hoofdstad van Marokko – het minst populair op de toeristische routes. Ten onrechte, want Rabat verrast. Tegen het historische decor van de ‘Oudaïa Kasbah’, een ommuurde vesting, lopen jonge vrouwen in skinny jeans en jongens met hippe hoedjes en postpunk-kapsels naast familieleden in traditionele kaftans. Meisjes met een surfplank onder de arm zijn hier geen vreemd verschijnsel. De golven beuken tegen het rif voor de Koninklijke Surfclub, op loopafstand van de kasbah. Erelid is de huidige koning Mohammed VI, een groot watersportliefhebber. In zowat iedere winkel en café in Marokko hangt een foto van hem. Geen statige portretten, maar in steeds verschillende omstandigheden; in Rabat is het opvallend vaak een foto waarop de koning racend op een waterscooter te bewonderen is.

Het strand van Salé, de stad die – slechts gescheiden door de rivier Bou Regreg – pal naast Rabat ligt, doet dienst als buitenspeelplaats voor bewoners van beide steden.

De 15-jarige Hassan komt er iedere avond tegen zonsondergang om er te voetballen. Tussen de joggers en wandelaars, picknickende families en vissers door speelt hij de bal behendig naar zijn vrienden. ,,Ik wil hier nooit meer weg,’’ zegt hij trots. Hij woont met zijn familie in een volkswijk van Salé. ,,Misschien kan ik na school in Rabat als ambtenaar voor de overheid gaan werken. Of in het toerisme.’’ Hij wijst naar de grote borden langs de weg, waarop de plannen voor de Marokkaanse kust uit de doeken worden gedaan. ‘Plan Azur’ is behoorlijk ambitieus: nieuwe havens, villa’s, en recreatieparken die het land in 2010 nog beter als vakantieland op de kaart moeten zetten. ,,Dan verdien ik geld en ga ik nog steeds elke dag naar het strand!’’ lacht Hassan.

‘Plan Azur’ krijgt duidelijk al vorm in het gebied tussen Essaouira, Tahgazout en Agadir. Een prachtige kustweg verbindt de steden met elkaar. Soms buigt de weg landinwaarts, waar verkopers potten zelfgemaakte pindakaas en olie, gemaakt van de argannoot, omhoog houden. Geitjes klimmen tot hoog in de toppen van de arganbomen om de blaadjes te kunnen eten.

In het diepe zuiden zullen mensenhanden het decor minder snel veranderen. De beloning voor het afleggen van de afstand, dwars door het Atlasgebergte met zijn besneeuwde toppen, is groot. Sprookjesachtige rotspartijen, oases, eeuwenoude dorpen en kasbahs. De indrukwekkende bouwwerken dienden als toevluchtsoord en opslagplaats – en geregeld ook als filmdecor. Door hun broze constructie van aarde en stro zijn ze aan slijtage onderhevig. Unesco heeft een aantal op de lijst van waardevol erfgoed gezet en daarmee behoed voor verval.

Maar vóór de kasbahs worden bereikt, zijn er de 110 meter hoge watervallen van Ouzoud, volgens de reisgidsen ‘het opvallendste natuurverschijnsel van de Atlas’. En opvallend zijn ze inderdaad, in dit droge landschap. Maar de echte attractie vormen de vele groepen jongeren en gezinnen die deze plek ten volle benutten. Er wordt druk gepicknickt en gemusiceerd, er worden boottochtjes gemaakt, tentjes opgeslagen en wandelingen gemaakt, met de gigantische waterval slechts in een figurantenrol.
 

In de schaduw van de palmbomen

 Een van de vele kasbahs in het zuiden van Marokko


In het nog diepere zuiden geeft water al eeuwenlang een bijzondere vorm aan het landschap: de rivier de Dra, die zijn oorsprong in het Atlasgebergte heeft, trekt er een groen spoor tussen rotsen en door woestijnzand, om uiteindelijk in de Atlantische Oceaan uit te monden. Langs de rivierbedding, tussen Ouarzazate en Zagora, is een hoopvol landschap ontstaan waar dadelpalmen groeien. Op de warmste uren bieden ze beschutting aan de landbouwers.

In deze zuidelijke ‘tuin’ van Marokko worden graan, fruit, uien, rozen, kruiden als koriander, saffraan en peterselie geoogst. De overgang naar zuidelijker Afrika is merkbaar: de mensen worden donkerder, de kleding kleurrijker en de gemoedelijkheid straalt van de gezichten.

Een voorzichtige ontdekkingstocht over de smalle paden tussen de groene velden – mag je hier wel lopen? – kan zomaar een handvol verse koriander of een roos opleveren. Stevige vrouwen zwaaien met bewonderenswaardig gemak de overvolle zak met smaakmakers van hun hoofd om nieuwsgierige bezoekers te laten proeven. Een jongetje rent langs op versleten slippers. Dan rent hij terug, om met een brede grijns een van de roosjes die hij zojuist heeft geplukt te overhandigen.