- De vlag van Gambia
|
|
Rood: de zon
Blauw: de zee
Groen: het land
|
|
Introductie
Gambia (eigenlijk: The
Gambia) ligt in West-Afrika, aan de Atlantische Oceaan. Deze voormalige
Britse kolonie werd onafhankelijk in 1965 en is de kleinste zelfstandige staat in Afrika.
Het vormde van 1982 tot 1989 de federatie Senegambia met Senegal. Met ruim 11.000 km²
is het land ongeveer 1/4 van Nederland en België tezamen. In feite is het een
lange strook land, doorsneden door de gelijknamige rivier. Gambia
telt 1.411.000 miljoen inwoners (2001), de hoofdstad is Banjul dat vroeger Bathurst
heten.
De geschiedenis
De rivier de Gambia en de haven van Banjul, waren in het
begin van de 19e eeuw van groot economisch en militair belang
voor het Britse rijk. Toen Frankrijk zijn invloedssfeer vanuit Senegal en
Mauritanië westwaarts begon uit te breiden, maakten de Britten aanspraak
op het bevaarbare gedeelte van de rivier waardoor het transport vanuit
Senegal (Frankrijk's belangrijkste kolonie) werd bemoeilijkt. Zodoende is
een Engelssprekenden enclave ontstaan omringd door Franstalig Senegal. In
februari 1965 werd Gambia (in het Engels: The Gambia) een onafhankelijke
staat binnen het Britse Gemenebest. Vijf jaar later veranderde Gambia van
een constitutionele monarchie in een republiek en werd Dawda Jawara de
eerste president.
Na een periode van dertig jaar van een redelijk
functionerende democratie, zonder dat overigens sprake was van een
substantiële oppositie, werd in juli 1994 een militaire coup gepleegd,
waarbij de grondwet buiten werking werd gesteld en alle politieke
activiteit verboden. Een 'Armed Forces Provisional Ruling Council' (AFPRC)
van enkele legerofficieren onder leiding van luitenant Yahyah Jammeh nam
de macht in handen. De machtsovername werd door het nieuwe regime
gerechtvaardigd genoemd vanwege het nepotisme en de corruptie tijdens het
Jawara-tijdperk.
Mede onder druk van de buitenlandse donoren vonden in
1996 presidents- en in 1997 parlementaire verkiezingen plaats. Jammeh won
met 56% van de stemmen en werd op 18 oktober 1996 als president geïnstalleerd.
Gedurende de campagne voor de parlementaire verkiezingen werd het de
oppositiepartijen moeilijk gemaakt zich te manifesteren maar de
verkiezingen zelf verliepen vreedzaam. De partij van Jammeh won een
tweederde meerderheid. De eerstvolgende presidentsverkiezingen zijn
geweest op 18 oktober 2001, de parlementaire verkiezing in januari 2002.
Sinds medio 2003 worden er regelmatig
veranderingen waargenomen in de politieke constellatie. Zo zijn er reeds
15 ministers overgeplaatst of afgezet. Ook andere topambtenaren worden aan
de kant gezet. In november 2004 werd de chef staf van het leger, Baboucar
Jatta afgezet. De officiële lezing is, dat de President een einde wil
maken aan corruptie en fraude. Er lopen dan ook enkele rechtzaken tegen
deze personen. De bekendste zaak is zeker de zogenaamde "Babagate",
waarbij Baba Jobe, de fractievoorzitter van de partij APRC, de partij van
de President, voor de rechter is verschenen en is bestraft voor corruptie
en verduistering van overheidsgelden. Baba Jobe, inmiddels
oud-fractievoorzitter, werd eind juni 2004 (opnieuw) genoemd op de
VN-lijst van wapensmokkelaars betrokken bij het conflict in Sierra Leone.
|
The Gambia is one of Africa's
smallest countries and in contrast to many of its West African
neighbours, it has enjoyed lengthy spells of stability since
independence.
- This stability, however, has not translated
into prosperity. Despite the predominance of the Gambia river,
which runs through the middle of the country, only one-sixth
of the land is arable and the poor nature of the soil makes it
suitable for only one crop - peanuts
- This has made The Gambia heavily dependent on
peanut exports - and a hostage to fluctuations in the
production and world prices of the crop.
- Consequently, The Gambia suffers from
extremely poor health conditions and relies on foreign aid to
fill gaps in its balance of payments.
- However, President Jammeh announced in 2004
that large reserves of oil had been discovered. These could
usher in a "new future" for The Gambia, he added.
- In 1994 The Gambia's elected government was
toppled in a military coup. The country returned to
constitutional rule two years later when its military leader
ran as a civilian and won presidential elections widely seen
as unfair.
- In 2000 the country saw a foiled coup, the
killing of student demonstrators, and charges of murder being
brought against opposition leaders - all this against the
background of the collapse of the peanut-marketing system.
-
- Population: 1.5
million (UN, 2004)
- Capital: Banjul
- Area: 11,295 sq km (4,361 sq miles)
- Major languages: English, indigenous
languages
- Major religions: Islam, Christianity
- Life expectancy: 53 years (men), 55
years (women) (UN)
- Monetary unit: 1 dalasi = 100 butut
- Main exports: Peanuts and peanut
products, fish, cotton lint, palm kernels
- GNI per capita: US $310 (World Bank,
2003)
- Internet domain: .gm
- International dialling code: +220
-
- President: Yahya Jammeh
- Mr Jammeh set up bodies to investigate
corruption and recover pilfered public funds, but he has also
been criticised for harassing opposition activists and
journalists.
- At age 36 he won a second term in the October
2001 presidential elections, which earned the approval of
foreign observers.
- He gained 53% of votes cast against less than
33% for his main rival Ouassainou Darboe, a prominent human
rights lawyer
|
- Gambia is gelegen tussen 13° en 13°45' noorderbreedte en
tussen 13°50' en 16°50' westerlengte, tussen de Kreeftskeerkring en de
Evenaar, aan de westkust van Afrika. Gambia wordt vrijwel geheel
omsloten door het enige buurland: 'Senegal' een land dat ruim 17 keer zo groot is en waarmee nauwe banden
bestaan. De grenslijn met dit land
bedraagt 740 km. Vanaf het uiterste westen tot aan de oostelijke grens
is het ruim 320 kilometer. Enkel de westzijde van Gambia grenst niet aan Senegal,
maar aan de Atlantische Oceaan (ongeveer 80 km.)
-
- Oppervlakte:
- De oppervlakte van Gambia
bedraagt 11.295 Km2, en is hiermee het kleinste land op het
Afrikaanse vasteland. Van de oostgrens met Senegal tot de Atlantische
Oceaan bedraagt de afstand ongeveer 320 km. (vogelvlucht). De afstand
van de noord- met de zuidgrens met Senegal bedraagt van ongeveer 50 km.
(vogelvlucht) aan de westzijde tot ongeveer 24 km. aan de oostzijde. De
noord- en zuidgrens met Senegal lopen voor de eerste 100 km. (vanaf de
westzijde bekeken) horizontaal, maar voor de rest kronkelt deze min of
meer evenwijdig mee met de bedding van de Gambiarivier.
- Landschap:
- Gambia is een plat land.
Het hoogste punt is 39 m. boven de zeespiegel en ligt aan de oostgrens met
Senegal. De grond bevat zand met ijzeroxide, wat het zand de oranje-rode
kleur geeft. Deze grondsoort maakt het verbouwen van pinda's zeer
geschikt. De mooie zandstranden maken het land toeristisch zeer
aantrekkelijk. De oevers van de Gambiarivier bestaan voor een groot deel
uit moerassig mangrovegebied.
-
- Klimaat:
- De temperatuur in
Gambia is tamelijk constant. Het gehele jaar door variëert de temperatuur aan
de kust van 25 tot 30 graden Celsius. Landinwaarts en op de noordoever van de
rivier Gambia loopt het kwik (soms aanmerkelijk) hoger op. De regentijd loopt
van half juni tot begin september. Hevige buien, die meestal in de namiddag en
avond vallen, zetten stad en land onder water. Na korte tijd zijn de wegen
echter weer begaanbaar, zodat ook gedurende de regentijd het land goed te
bereizen is. Buiten de regentijd kunnen de avonden en nachten fris zijn, maar de
temperatuur komt vrijwel nooit onder 20 graden Celsius. Maar in mei kan de temperatuur gemakkelijk
oplopen tot 35° C. In het binnenland kan het nog gemakkelijk 5° tot 10°
C. hoger liggen, vooral bij windstil weer of indien de wind uit het
binnenland (noordoosten) waait ('The Harmattan Sahara' wind). In deze
periode valt er normaal helemaal geen regen, en dit zorgt ervoor dat de
natuur op het einde van het droge seizoen een nogal dorre uitstraling
geeft. Tijdens de droge periode schijnt de zon gemiddeld acht tot tien
uur per dag. Maart, april en mei zijn de zonnigste maanden. De
gemiddelde luchtvochtigheid te Banjul bedraagt in februari slechts 26%.
-
-
De Gambiarivier:
- Gambia ligt aan
weerszijden van de Gambiarivier. Ze ontspringt in het massief
van 'Futa Jallon' (Guinee), en loopt vervolgens door het
zuidoostelijke deel van Senegal. De lengte van de rivier in
Gambia bedraagt ongeveer 480 km.
- Doordat de gronden (de 'bantoforo') aan weerszijden door de rivier werden bevloeid,
zijn deze redelijk vruchtbare landbouwgrond geworden.
- Zowel vroeger als nu is
de Gambiarivier van zeer groot belang geweest voor het transport
en de handel. Kleine zeeschepen kunnen de rivier tot het
pindacentrum 'Kaur' bevaren, ongeveer 190 km. vanaf de kust.
-
- Fauna en flora:
Gambia ligt in de
subtropen. Dat betekent dat er letterlijk van alles groeit en bloeit. Er is een
grote verscheidenheid aan vegetatie. Palmbomen, kapokzijde- of katoenbomen en de
opvallende baobab vindt u in het gehele land. Langs de rivier
en haar zij-armen (bolongs) komen uitgestrekte mangrove-moerassen voor.
Bij de lagere gewassen valt vooral het olifantsgras op.
Verder vindt men vrijwel alle bekende bamboesoorten in Gambia. De loten
ervan zijn een delicatesse voor vele diersoorten. Het bamboe zelf wordt, behalve
als basismateriaal voor huizenbouw, ook gebruikt om er houtskool van te maken.
Verder kent het land vele exotische bloemsoorten.
Tot het begin van deze
eeuw kwam het 'grote wild' nog in grote aantallen in Gambia
voor. Overbejaging en het verdwijnen van de traditionele
leefgebieden van het wild hebben ervoor gezorgd dat neushorens,
giraffen en jachtluipaarden al lang niet meer in Gambia
voorkomen. Gambia is echter bekend voor zijn grote
verscheidenheid aan verschillende vogelsoorten (ongeveer 300)
Gambia heeft één
officieel nationaal park dat voor bezoekers geopend is: het 'Abuko
Nature Reserve'. In dit beschermd natuurgebied, dat gelegen
is tussen Serekunda en de luchthaven Yundum, kan je nog wel
leeuwen en hyena's zien. Het park werd in 1968 gesticht, en is
ongeveer 135 ha. groot.
Aan het einde van het
hotelgebied, vlakbij het Senegambia Beach Hotel en het Kairaba
Hotel ligt het 'Bijilo
Forest Park'. Het park werd begin jaren negentig ingesteld,
en onderhouden met Duitse ontwikkelingshulp. De wandelroutes
door het park (verschillende afstanden tot max. 4,5 km),
brengen U bij fluweelaapjes, eekhoorns en een grote
verscheidenheid aan vogelsoorten. Het parkje is best in de
morgenuren te bezoeken.
- Ook zijn er nog een
aantal parken in oprichting, waarvan 'Kiang West' het grootste
moet worden. 'Baboon Island National Park' heeft de functie van
herstellingsoord voor chimpansees en gorilla's, en is niet voor
het publiek toegankelijk.
- In
grote delen langs de Gambiarivier (vooral aan de westzijde)
groeien mangrovebomen. Deze boom is altijd groen, en draagt gele
vlezige bloemen. De boom kan zo'n 25 m. hoog worden, en groeit
op stelt- en steunwortels in zout en brak water van meer dan 20°
C. Deze mangrovebomen komen ook zeer veel voor in het
Casamance-gebied in zuid Senegal
|

|
- Politiek:
- Gambia is een republiek
met aan het hoofd de president. Het land is opgedeeld in 6
provincies (Administrative Divisions), en deze zijn verder
opgedeeld in totaal 45 districten.
- Elke 5 jaar vinden er
(volgens een districtenstelsel) verkiezingen plaats, en worden
de 45 zetels van het Gambiaanse parlement (National Assembly)
verkozen.
- Op 18 februari 1965
werd Gambia onafhankelijk, en tot de staatsgreep op 22 juli 1994
werd het land geleid door de PPP (People's Progressive Party),
met aan het hoofd president Dawda Kairaba Jawara. De president
had een goede relatie met het Verenigd Koninkrijk. Maar tijdens
deze periode tierde de corruptie welig, zelfs tot in de
allerhoogste regeringskringen, zodat veel buitenlands
ontwikkelingsgeld terug naar buitenlandse bankrekeningen
verdween.
- Als reactie op deze
enorme corruptie en slechte economische situatie greep in 1994
de toen 29-jarige luitenant Yahya
A.J.J. Jammeh door middel van een staatsgreep de macht. De
eerste president van Gambia werd op verdenking van corruptie
afgezet, en zijn bezittingen werden verbeurd verklaard. Vele van
zijn bezittingen waren echter in het buitenland ondergebracht.
- Het Verenigd Koninkrijk
en nadien ook de Scandinavische landen adviseerden haar
onderdanen niet meer naar Gambia te reizen. In de loop van 1995 werd deze
dwangmaatregel echter weer ingetrokken. Maar mede door deze druk
van het buitenland vonden in september 1996
presidentsverkiezingen plaats, waarbij Jammeh met grote
meerderheid werd verkozen. Op 18 oktober 1996 werd hij zo als
president ingehuldigd. Op 2 januari 1997 werden de 45 leden van
het parlement verkozen, waarbij de partij van de president (APCR
: 'Alliance for Patriotic Re-orientation and Construction) met
33 zetels als grote overwinnaar uit de bus kwam. De United
Democratic Party (UDP), in feite de voortzetting van de
partij van de vroegere president (PPP), behaalde 7 zetels. De
NRP behaalde 2 en de PDOIS 1 zetel. De resterende 2 zetels
werden ingenomen door onafhankelijke kandidaten. Uiteindelijk
werd het aantal leden van het parlement nog met 4 uitgebreid,
zodat het Gambiaanse parlement momenteel 49 zetels telt.
- Aangezien de president
voor een termijn van 5 jaar verkozen was, werden op 18 oktober
2001 nieuwe presidentsverkiezingen georganiseerd. Hierbij werd
de president (Rtd) Colonel Dr. Alhaji Yahya A.J.J. Jammeh met 53% van de stemmen voor een volgende
ambtstermijn van 5 jaar herverkozen (resultaten).
- Op 1 juni 2002 keerde de in 1994
afgezette ex-president Sir Dawda Jawara terug in Gambia na een
periode van 8 jaar ballingschap in het Verenigd Koninkrijk. De
terugkeer was mogelijk na een door Jammeh verleende amnestie.
Top
van de pagina
- Bevolking,
financiën en economie:
-
Bevolking:
Gambia telt 1,4
miljoen inwoners. De bevolkingsdichtheid bedraagt ongeveer 110 inwoners per km2.
Gambia is daarmee één van de dichtst bevolkte landen van
Afrika. Het grootste deel van de bevolking woont langs de
kuststreek, en met name in de grote steden ten zuiden van de
monding van de rivier de Gambia. Hoewel Banjul de hoofdstad is, telt ze
slechts een 50.000-tal inwoners. De grootste stad, Serekunda
(of Serrekunda), telt er naar schatting een 200.000-tal.
Jaarlijks worden er
in Gambia 44 kinderen per 1000 inwoners geboren, doch 129
per 1000 kinderen halen hun eerste levensjaar niet. Vrouwen
krijgen gemiddeld 5,5 kinderen. De gemiddelde
levensverwachting bedraagt momenteel 51
jaar voor mannen en 55 jaar voor vrouwen. Gambia beschikt over 1 arts per 12.000
inwoners.
Voor Nederland zijn die cijfers: 11,85 geborenen per 1000 inw. en
8.78 kinderen overlijden per 1000
Levensverwachting in NL is 78.43 jaar - vrouwen: 81,4 - mannen: 75,5
In Gambia is 47.5% van de bevolking is analfabeet. Bij de vrouwen is dit
cijfer het hoogst. De overheid
heeft een programma de kinderen minstens lager onderwijs te laten
volgen. Slechts 23% van de jongens en 15% van de meisjes
volgt daarna echter nog middelbare school. Vooral de arme
boerenbevolking op het platte land kan het schoolgeld vaak
niet opbrengen. Daarom tracht de overheid het (lager)
onderwijs te promoten door het gratis te maken. Gambia
beschikt niet over een universiteit.
In Gambia zijn
verschillende etnische stammen vertegenwoordigd. De Mandinka-stam
vormt de grootste groep (44% van de bevolking). Verder is er
nog de Fula-stam
(18%), Wolof
(12%), Jola
(7%), Serahuli
(7%), Serer
(2%), Aku
(1%) en Manjago (1%). De families wonen vaak samen in
leefgemeenschappen, de zgn. 'compounds'.
Een compound is de kleinste leefgemeenschap. Ze bestaat uit diverse gezinnen,
met aan het hoofd de oudste man. Deze oefent daadwerkelijk gezag uit en
is verantwoordelijk voor alles wat er zich binnen zijn compound afspeelt. Zonder
zijn toestemming wordt er niet getrouwd, vindt er geen naamgevingsplechtigheid
plaats en er volgt geen kind onderwijs zonder zijn toestemming. Voor alle
belangrijke zaken binnen de muren van de compound is zijn mening doorslaggevend
en hij treedt op als bemiddelaar bij meningsverschillen. Over het algemeen leven
in een compound families van dezelfde afstamming, de oudste man is vaak de vader
van de families binnen de compound, of de oudste zoon.
Een dorp wordt bestuurd door de gezamenlijke oudste mannen. Hierbij is degene
wiens familie het langst in het dorp woont de verantwoordelijk man. Men noemt
hem de 'Alkalo'.
Ook in streekverband kent men nog een gezagsorgaan. Dat bestaat uit de oudsten
van bij elkaar behorende of op elkaar aangewezen dorpen. Zij beslissen
gezamenlijk over zaken van gemeenschappelijk belang. Of liever gezegd: zij
adviseren het districtshoofd of diens afgevaardigde over zaken die hun
gemeenschappelijk belang aangaan, bijvoorbeeld over de plaats waar een nieuwe
waterput moet komen of over de bouw van een moskee.
Ook wonen er een 1000 à 1200 Libanezen in
Gambia, die vooral een deel van de handelszaken in handen
hebben. Ruim 90% van de Gambiaanse bevolking is Islamitisch.
De overige 10%
behoort tot een andere kerk, met name tot de anglicaanse en de rooms-katholieke.
Verder zijn er (vaak geconcentreerde) groepen methodisten, zevende dag
adventisten en aanhangers van de baha'i-leer.
Hoewel de manier waarop de islam wordt beleefd wel eens afwijkt van de manier
waarop dat in het middenoosten of aan de Afrikaanse noordkust gebeurt, is een
groot deel van de bevolking streng religieus. Fanatisme en fundamentalisme zijn
echter onbekende begrippen.
Taal:
De officiële taal
is het Engels.
Ongeveer de helft van de bevolking beheerst het Engels goed
tot redelijk goed. (vooral wie de lagere school gevolgd
heeft). Onderling wordt echter meestal de taal
van de stam gesproken.
Economie:
Gambia
is een echt ontwikkelingsland. Het bruto nationaal product
(BNP)per inwoner bedraagt 350 US$. (in Nederland 24.400 US$). De
economie van Gambia is hoofdzakelijk een
agrarische economie. Ongeveer 80% van de bevolking werkt in
de landbouwsector. De pinda is veruit het belangrijkste
landbouwproduct. Langs de kust is ook het toerisme en de
visserij van groot belang.
Gambia heeft weinig industrie en moet vrijwel alles wat verder
nodig is invoeren. Om die reden is Gambia geen goedkoop land.
Een zeer groot deel
van de bevolking is officieel werkloos. Toch hebben de
meeste Gambianen (vooral mannen) meerdere (tijdelijke)
bijberoepen (o.a. helpen bij de pinda-oogst, langs de weg
verkopen van groenten uit eigen tuin, e.d.)
Het toerisme in
Gambia is sterk in opmars. De Engelsen vormen de
grootste groep. Maar ook uit Nederland, België en de
Scandinavische landen trekken elk jaar vele mensen naar
Gambia. In 1992 telde Gambia bijna 66.000 toeristen, terwijl
er in 1967 slechts 2 hotels met in totaal 55 bedden waren.
Een nieuw en zorgwekkend verschijnsel in Gambia is
het sekstoerisme. In februari 2003 heeft Terre des Hommes hierover een
rapport uitgebracht. De Gambiaanse autoriteiten hebben op hun beurt de
oorlog verklaart aan de pedofielen, zowel lokaal als onder toeristen.
Positieve elementen zijn de licht stijgende
importcijfers, vooral in de bouwsector, en het aantrekken van
inkomsten van Gambianen die in het buitenland werken. De economische
groei zal over 2004 naar verwachting uitkomen op 7 tot 8%.
Geldzaken:
De munteenheid van
Gambia is de Dalasi.
Een Euro is gelijk aan
38,46
Gambia Dalasi op 7 jan.
2005.
Klik
hier voor de laatste stand van de Dalasi.
Eén Dalasi is onderverdeeld in
100 Butut.
Er bestaan
bankbiljetten van 50 (paars), 25 (blauw), 10 (groen) en 5
(rood) Dalasi.
Er bestaan munten
van 1 Dalasi en van 50, 25, 10 en 5 Butut.
Het beste kan je Euro of of Amerikaans geld
meenemen, en in Gambia zelf omwisselen. Op het vliegveld
van Banjul kan je in een klein kantoortje geld wisselen, doch in de gewone banken of
op de zwarte markt (oppassen !) krijg je doorgaans een
betere koers.
Je kan ook best
reischeques in US$
meenemen, en de bekende
creditcards
kunnen in de toeristische plaatsen ook gebruikt worden.
In Gambia is
het geven van een fooi aan obers,
gidsen, e.d. gebruikelijk, doch niet
verplicht. Een redelijke fooi is 10 tot 15 Dalasi, ofwel 5%
van de rekening.
Infrastructuur:
Slechts 430 km. van
het 2500 km. lange Gambiaanse wegennet is geasfalteerd. De
snelweg tussen Serekunda en Banjul was de enige vierbaansweg van het land.
Sinds 2000
werd er een nieuwe weg tussen de luchthaven Yundum en
het toeristische centrum Kololi in dienst genomen.
Openbaar
vervoer:
Als toerist een
auto zonder chauffeur huren is zeer ongebruikelijk, ook
omdat er vrijwel nergens wegwijzers staan. Bij een
verkeersongeval zal je meestal ook als de schuldige aanzien
worden. Daarom kan je best een auto met chauffeur huren.
Natuurlijk bestaan er ook georganiseerde excursies. Discovery
Tours en Gambia
Tours zijn de grootste en bekendste organisaties.
Er bestaan 2
soorten taxi's. De toeristentaxi is groen (met geel), en
moeten een gele nummerplaat bezitten. Ze bezitten soms
meters, maar deze werken meestal niet. Het moeilijke voor de
toerist is voor de rit een goede prijs af te spreken. In
eerste instantie zal vaak een prijs gevraagd worden die 2 of
3 maal te hoog is. Op de
opstapplaatsen wordt meestal gewacht tot de bushtaxi (bijna)
vol zit. Ze rijden volgens vaste routes, en onderweg kan men
ook teken doen dat men wil opstappen. Voor grote bagagestukken
dient wel bijbetaald te worden.
Er bestaan ook
busdiensten tussen de grootste steden. Elke morgen vertrekt
er een bus van Banjul naar Basse Santa Su in het oosten van
Gambia. Indien de bus niet stilvalt, duurt de trip 5 tot 6
uur. Een enkele reis kost je D100,-. Dienstregelingen zijn
er voor het grootste deel nauwelijks. De busverbindingen
worden onderhouden door de GPTC (Gambia Public Transport
Corporation) en door de particuliere maatschappij 'Amdalaye
Transport'.
Gambia heeft geen
spoorwegennet.
Sinds
de jaren '80 heeft Gambia geen bootlijndiensten meer. Wel
kan op bepaalde plaatsen de rivier worden overgestoken. De
belangrijkste ferryverbindingen zijn Banjul-Barra (kost
D5,-), Soma-Farafenni en bij Georgetown.
|
|