Rwanda

de genocide 

Gegevens
Kaart
Nieuws: 'Rwanda wordt Singapore
Overgenomen van Neos.nl/Planet Internet Gepubliceerd op woensdag 07 april 2004
In 100 dagen tijd werden 937.000 Tutsi's en gematigde Hutu's op systematische wijze gedood. Rwanda herdenkt vandaag één van de grootste volkerenmoorden van de twintigste eeuw. Een terugblik, want hoe kon het tien jaar geleden zover komen.

Hutu's en Tutsi's
In het land van de 'Duizend heuvels' zijn sinds de veertiende, vijftiende eeuw de Hutu's en de Tutsi's de belangrijkste bevolkingsgroepen. Hoewel er overeenkomsten zijn; ze spreken dezelfde taal, hangen dezelfde religie aan en wonen in dezelfde gebieden, zijn er wel degelijk grote verschillen. In uiterlijk bijvoorbeeld, Tutsi's zijn over het algemeen langer en hebben een lichtere huidskeur.

Het totale inwoneraantal van Rwanda is zo'n 7,9 miljoen. Zo'n 85 procent bestaat uit Hutu's en vijftien procent uit Tutsi's. De overige één procent komt voor rekening van de originele inwoners van het land, de Twa, een pygmeëenstam. De Tutsi's hadden ondanks hun minderheid ten opzichte van de Hutu's politieke en economische overmacht.

Kolonialisme
Hoewel er altijd spanningen tussen de beide stammen zijn geweest, zijn ze sinds de koloniale periode flink toegenomen. Toen eerst Duitsland en daarna in 1916 de Belgen arriveerden behandelden zij de Tutsi's als een superieur ras.

Dat werd heel duidelijk gemaakt op de identiteitsbewijzen die werden uitgedeeld met daarop de etnische bevolkingsgroep waartoe ze behoorden. Het gevolg was dat de Tutsi's beter onderwijs genoten en veel betere banen kregen. De Tutsi's omarmden het idee van de Belgen dat ze een beter ras waren.

Eerste problemen
In 1959 stierf koning Mutara III. Volgens de Hutu's werd zijn opvolger - de Tutsi-koning Kigeri V - niet op juiste wijze verkozen. De Hutu's kwamen in opstand en zorgden ervoor dat de koning en 100.000 Tutsi's naar Oeganda, Burundi en Tanzania vluchten. De rellen kostten aan meer dan 20.000 Tutsi's het leven.

Hutu's konden eindelijk politieke partijen opzetten. In 1960 wonnen ze de verkiezingen. Een jaar later werd de Republiek uitgeroepen. In 1962 werd Rwanda onafhankelijk, de Belgen vertrokken en de Hutu's namen de macht over. Ze kozen Kayibanda als de eerste president van de republiek.

Nu Hutu's aan de macht waren werden de Tutsi's in een minderwaardige rol gedrukt. Ze verlieten dan ook massaal het land want voor elke crisis werden ze als zondebok gebruikt.

Coup
Na enkele jaren van een multi-partijen stelsel was er in 1965 nog maar één partij die de macht in handen had, de MRND. De onvrede groeide, ook bij Hutu's. In 1973 kwam het tot een coup. Kayibanda's regime werd omvergeworpen. Habyarimana, de voormalige minister van Defensie onder Kayibanda, werd de nieuwe president.

In de daarop volgende jaren werd er niet op of om gekeken naar het Tutsi vluchtelingenprobleem. In de landen waar ze naar toe waren gevlucht waren ze niet welkom. Maar ze konden niet terugkeren, want in Rwanda was het niet veilig.

RPF
De Tutsi's in ballingschap gingen steeds meer beseffen dat als ze wilden terugkeren dat door middel van militair ingrijpen moest gebeuren. In 1988 werd de radicale Tutsi-partij RPF opgericht. Gesteund door Oeganda, trainde de RPF en wachtte op het juiste tijdstip om de macht over te nemen van de Hutu's in Rwanda.

Dat tijdstip brak aan in 1990, toen de economische situatie te wensen overliet en de populariteit van president Habyarimana al een paar jaar dalende was.

Habyarimana gebruikte de Tutsi-dreiging echter om weer steun te verkrijgen. Een bloedige burgeroorlog van vier jaar was het gevolg.

In 1993 werd er na onderhandelingen een akkoord bereikt tussen de strijdende partijen. In het Arusha-akkoord stond dat de macht tussen Hutu's en Tutsi's verdeeld ging worden. Een VN-vredesmissie kwam om toezicht te houden.

Dubbele agenda
Ondanks het vredesakkoord bleef de onrust bestaan. Extremistische Hutu's uit de voormalige regeringspartij MRND richtten al in 1992 een nieuwe partij op, de CDR (door zijn dalende populariteit had Habyarimana in 1990, voor de burgeroorlog, er mee ingestemd meer partijen toe te staan).

Maar hoewel Habyarimana leek mee te werken aan de beloften van de Arusha-akkoorden, had hij een dubbele agenda. Hij wilde niet dat de Tutsi's de macht kregen en dus speelden de MRND, de CDR en enkele milities onder één hoedje. Via kranten en vooral de radio werden anti-Tutsi overtuigingen verspreidt.

De propaganda deed zijn werk. Kinderen hadden op school geleerd dat Tutsi's verschrikkelijke daden hadden begaan. Tutsi's waren manipulatief, stiekem en ze wilden weer terug naar de tijd dat de Hutu's minder waard waren dan zij. De overheid verspreidde open en bloot wapens onder de Hutu-bevolking.

Genocide
De spanningen kwamen tot uitbarsting op 6 april 1994 toen het vliegtuig met daarin de Rwandese president Habyarimana boven het vliegveld van de hoofdstad Kigali werd neergeschoten. Binnen enkele uren na de aanslag kwam een golf van geweld op gang. De Hutu-meerderheid beschuldigde de Tutsi's van de moord op de president.

In honderd bloedige dagen vermoordden extremistische Hutu's op systematische wijze gematigde Hutu's en Tutsi's. Hele families werden afgeslacht. Niemand kon ontsnappen, mensen die zich in kerken schuilhielden waren niet veilig.

De genocide kwam tot een einde in juli 1994. Als reactie op het geweld was de RPF een tegenoffensief begonnen dat uiteindelijk resulteerde in de verovering van Kigali door de Tutsi's. De regering viel en de RPF riep een staakt-het-vuren uit.

Aantal slachtoffers: 937.000. Begin april 2004 stelde de Rwandese regering het dodental naar boven bij. Het hogere dodental is gebaseerd op een volkstelling, die de regering in 2001 heeft laten uitvoeren. Tot dan toe waren er slechts schattingen, die gingen uit van ten minste 800.000 slachtoffers.

Vluchtelingen
Toen bekend werd dat de RPF de macht in handen had gekregen vluchtten zo'n twee miljoen Hutu's naar buurland Zaïre. Onder hen bevonden zich veel deelnemers van de massamoorden. Uit angst voor wraak durfden ze niet terug te keren. Zelfs niet toen er een nieuwe regering wordt gevormd met een Hutu aan het hoofd als president. De RPF kreeg wel veel sleutelposities in de regering.

Nalatenschap
De volkerenmoord mag dan voorbij zijn, de erfenis is er nog steeds. Nog steeds worden er massagraven gevonden. Verder probeerde de Rwandese regering na de genocide de etnische verschillen te laten verdwijnen door de benamingen Hutu en Tutsi te verbannen. Maar de volkerenmoord zal altijd in de geschiedenisboeken van het 'land van de duizend heuvels' blijven staan.

Verder zijn er nog altijd veel vluchtelingen, zowel Hutu's als Tutsi's, in het buitenland. De Verenigde Naties schatten in 1995 dat er nog maar zo'n vijf miljoen mensen in Rwanda waren. Voor de genocide was dat zo'n 7,9 miljoen.

Internationale gemeenschap
Ten tijde van de volkerenmoord werd er niet of nauwelijks door de internationale gemeenschap gereageerd om de genocide een halt toe te roepen. Toen er tien Belgische vredeshandhavers werden gedood trok de VN-veiligheidsraad, op aandringen van België en de VS, de vredesmissie terug.

De VN-veiligheidsraad nam resolutie 955 aan waardoor er een Internationaal Strafhof werd opgezet in Tanzania. Het Rwanda Tribunaal. Maar sinds de oprichting in 1995 zijn er slechts 17 verdachten veroordeeld. 57 zaken zijn nog in behandeling.

Gacaca
De Rwandese regering uit veel kritiek en heeft zelf ook stappen ondernomen om de schuldigen te straffen. In 1998 kwam de regering tot de conclusie dat het Tribunaal niet de enige manier is om de problemen op te lossen. Want in Rwanda zitten zo'n 100.000 mensen, onder wie kinderen, die verdacht worden van deelname aan de genocide in de gevangenissen te wachten op een proces.

In 2001 werd besloten dat er 'gacaca's', traditionele dorpsrechtbanken, moeten komen die ook genocideverdachten kunnen berechten. Op deze manier kan de immense achterstand van het Tribunaal een beetje worden weggewerkt.

Maar ook hier duurt het erg lang voordat er resultaat wordt geboekt. Vorig jaar mei konden 23.000 gevangenen zich na hun bekentenis bij een gacaca meldden. Dit jaar komen daar nog eens 30.000 bij.

Ook gaan er geruchten rond dat er valse getuigenissen worden gegeven, zodat de vijand van bijvoorbeeld persoon A wordt gestraft, ook al is die onschuldig. Verder zouden alleen politieke en militaire leiders, die aandrongen op de massamoord voor de rechter moeten verschijnen. Degene die het in opdracht van hen deed, maar die de regering van nu steunt, is een vrij persoon.

Trudy van de Ven

Links:
African Rights, Tribute to courage
Joint Evaluation of Emergency Assistance to Rwanda
The case of Rwanda
Forsaken cries
Hot links: Rwanda


© 2004 Neos.nl/Planet Internet