Wij zijn nu alweer een maand in Namibië en
gewoon geraakt aan het reisritme van om 6 uur of eerder opstaan en
slapen gaan rond 9 uur; dus 3 uur na zonsondergang. De koude nachten
hebben plaatsgemaakt voor aangename temperaturen en overdag stijgt de
thermometer tot 35 graden. Met deze verandering en de plek waar wij ons
nu bevinden, is de strijd tegen de muggen aangebroken. Buiten de
hinderlijk jeukende bulten brengen deze krengen ook het gevaar van
malaria met zich mee. Naast dit en andere onbelangrijke ongemakken gaat
het ons goed af. Wij houden ons aan ons motto: No hurry in Africa, en
steken daarmee de ogen uit van de vele toeristen die met hun huurauto's
Zuidelijk Afrika trachten te bereizen in 3 tot 5 weken. Het is nu tien
uur in de morgen in Rundu en wij kijken uit over de Kavango rivier die
de grens vormt met Angola. Gisteren hebben wij een nieuwe band gekocht
omdat één van onze BFGoodrich op de weg van Palmwag naar Sesfontein is
gesneuveld. Eenzelfde band was niet leverbaar dus is het een Cooper
Discoverer geworden. Ons wereldje wordt steeds kleiner en raakt verder
weg van Nederland en Europa en zelfs de gruwelijke oorlog die in het
Midden Oosten zich afspeelt, gaat bijna aan ons voorbij. Het leven
speelt zich af in en rond de Land Rover, de dieren om ons heen en vooral
de mensen die we ontmoeten. De gesprekken gaan steeds meer over het
leven hier in Zuidelijk Afrika, de zorgen en het geluk van alledag van
gewone en soms bijzondere mensen. Opvallend is de openheid en
hartelijkheid van deze ontmoetingen. Mogelijk omdat wij slechts
voorbijgangers zijn; of is het een echt cultuurverschil? Zeker is dat
wij ons hier goed voelen. Ons weerzien met de familie Van Dijk in Uis
waarover wij in impressie 2 in
2003 schreven was aangrijpend. Koos is in het najaar van 2003
overleden en wij misten hem zeer. Koos van Dijk was een echte Namibiër
en een goed mens. Ida schrijft in haar dagboek: "wat moet je nog
schrijven, het is als thuis komen, maar zonder Koos, alhoewel hij nog
vaak in de gedachten en gesprekken voorkomt".
|
Terugkomen in de stilte van
Spitzkoppe |
Blij met een knikker |
Bush-art dat een plaats
verdient in onze musea |
Selma had van ochtend haar haan
horen kraaien op een afwijkend moment en zei tegen haar zoontje
"vandaag komen er gasten". Samen met haar man Ernst is zij nu op
de farm de Ugab campsite begonnen. Alles ademt hier vrede en
rust die af en toe verstoord wordt olifanten. Dit is merkbaar
aan de enorme uitwerpselen van deze giganten die overal op de campsite
zijn achtergelaten. Van klei uit de Ugab-rivier en
olifantenstront bouwt Selma de muren van haar huisje. Wij hebben veel
fruit in de auto en omdat olifanten daar gek op zijn en er een
goede neus voor hebben, vindt Ida het veiliger om het fruit op
een afstand van de auto te leggen. We eindigen de dag met een
braai, wortelsalade en een kampvuur. 's Ochtends is het fris. De
olifanten zijn niet langs gekomen om van het fruit te snoepen.
De Brandberg ligt in nevel gehuld. Rond negen uur vertrekken we,
nadat we het zoontje blij hebben gemaakt met een zakje knikkers.
 |
 |
 |
|
De Pale
chanting goshawk |
De Helmeted
Guineafowl, in het Nederlands de Gehelmde Parelhoen |
De Kori bustard is de
grootste vliegende vogel |
|
|