![]() |
Djibouti gegevens |
|
| Algemene gegevens | Staatkundige gegevens | Demografie | Economie |
| Ontwikkeling | Binnenlandse politiek | Buitenlands beleid |
| Geschiedenis | De
Fransen vestigden zich in 1856 in dit gebied, dat zij in 1883 officieel in
bezit namen als Frans Somaliland. De stad Djibouti werd in 1888 gesticht
door de Fransen en was bedoeld als tegenhanger van het Britse Aden. Sinds
1897 is Djibouti de regeringszetel van het land. In maart 1967 gaf 60% van
de bevolking bij referendum te kennen bij Frankrijk te willen blijven,
waarna de naam werd gewijzigd in Afar- en Issaland, de twee belangrijkste
bevolkingsgroepen in het land. In de hoofdstad Djibouti, vnl. bewoond door
Issa, had 70% van de bevolking tegen de associatie met Frankrijk gestemd,
hetgeen aanleiding gaf tot bloedige botsingen tussen hen en de Afar. Bij
een referendum in mei 1977 koos 98% voor onafhankelijkheid. Op 27
juni 1977 werd het land onder de naam Djibouti een zelfstandige
staat, onder leiding van president Hassan Gouled Aptidon die in 1981, 1987
en 1993 in dat ambt herkozen werd. De etnische rivaliteit tussen de Afar
en de Issa (laatstgenoemden nemen sleutelposities in) leidde in november
1991 tot een guerrilla door leden van het Afar-volk tegen de regering. Zij
noemen zich het Front pour le Rétablissement de l'Unité et de la Démocratie
(FRUD). Frankrijk besloot op 25 februari 1992 tot een vredesmissie en liet
door 250 van de in Djibouti gelegerde Franse soldaten een bufferzone
vormen tussen de Afar en regeringssoldaten. Het FRUD kondigde een
eenzijdig staakt-het-vuren af. Er kwam echter geen dialoog met de regering
op gang. Op 19 juli 1992 laaide de strijd weer op. Bij een
kabinetswijziging in juni 1995 werden twee FRUD-leiders benoemd op een
ministerspost en in maart 1996 ging de regering over tot erkenning van het
FRUD als politieke partij, waarmee het vredesproces tussen de regering en
de voormalige rebellengroepering is voltooid.
Vanaf de jaren tachtig zijn veel vluchtelingen uit Ethiopië (hongersnood) en Somalië (burgeroorlog) het land binnengestroomd. |
| bron: o.a. ministrie
van buitenlandse zaken
|
|
| Algemene gegevens |
| Officiële naam |
Jumhouriyya Djibouti République de Djibouti |
|
Oppervlakte |
23.000 km2 (2/3 van Nederland) |
|
Hoofdstad |
Djibouti |
|
Inwonertal |
700.000 (2003, schatting EIU) |
|
Bevolkingsdichtheid |
33 inwoners per km2 |
|
Godsdienst |
Islam (94%), Christendom (6%) |
|
Taal |
Arabisch, Frans, Somali, Afar |
|
Nationale feestdag(en) |
27 juni, onafhankelijkheidsdag (1977) |
|
Klimatologische gesteldheid |
Heet en droog |
| Staatkundige gegevens |
|
Staatshoofd |
President Ismail Omar Guelleh (per 8 mei 1999) |
||
|
Premier |
Dileita Mohamed Dileita |
||
|
Minister van Buitenlandse Zaken |
Ali Abdi Farah |
||
|
Minister van Economische Zaken |
Yacin Elmi Bouh |
||
|
Staatsvorm |
Republiek |
||
| Parlement | Kamer van Afgevaardigden, 65 leden, gekozen voor een periode van vijf jaar. | ||
Staatsinrichting
|
|||
| Demografische gegevens |
|
Natuurlijke bevolkingsgroei |
4,4% (1975-2001), 0,5% (2001-2015) |
|
Geboorten (per 1000 inw.) |
40,8 (2003, per 1000 inwoners, schatting CIA) |
|
Overlijdens (per 1000 inw.) |
19,4 (2003, per 1000 inwoners, schatting CIA) |
|
Levensverwachting |
47,3 jaar (v) – 44,9 jaar (m) (2001) |
| Economische gegevens |
|
BBP |
US$ 619 miljoen (2003, schatting EIU) |
|
Economische groei |
3,4% (2003, schatting EIU), 2,6% (2002), 1,9% (2001), 0,7% (2000) |
|
BBP per capita |
GNI per capita US$ 850 (2002, Wereldbank) |
|
Inflatie |
2% (2003, schatting EIU), 1,5% (2002), 1,4% (2001), 2,3% (2000) |
|
Beroepsbevolking per sector |
Landbouw (3%), industrie (21%), diensten (76%) (1993) |
|
Werkloosheid |
50% van de beroepsbevolking (2000, schatting CIA) |
|
Uitvoer |
US$ 86 miljoen (2003, schatting EIU) |
|
- belangrijke producten |
huiden, levende dieren, koffie |
|
- belangrijkste partners |
Somalië, Yemen, Pakistan, Ethiopië, Verenigde Staten |
|
Invoer |
US$ 310 miljoen (2003, schatting EIU) |
|
- belangrijke producten |
Voedsel en dranken, qat, aardolieprodukten, machines |
|
- belangrijkste partners |
Saoedi-Arabië, Ethiopië, Verenigde Staten, Frankrijk, China |
|
Valuta |
Djibouti franc (Dfr) |
|
Buitenlandse schuld |
US$ 335 miljoen (2002, schatting EIU) |
|
Debt-service ratio |
5,5% (2000, geen recentere gegevens beschikbaar) |
|
Saldo handelsbalans |
US$ 224 miljoen (tekort, 2003, schatting EIU) |
| Lopende rekening betalingsbalans | US$ 13 miljoen (tekort, 2003, schatting EIU) |
| Economische
situatie
Djibouti heeft een vrijemarkteconomie en behoort met een BNP van $ 893 (1995) per hoofd van de bevolking tot de armste landen van de wereld. (betrouwbare, recente statische gegevens zijn overigens niet voorhanden). Circa 45% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Werkeloosheid is tussen 40-50%. De economie steunt vnl. op de koopkracht van de in het land verblijvende Europeanen en op de handelsactiviteiten in de haven van Djibouti. De positie van Djibouti als internationaal handelscentrum ging verloren door de sluiting van het Suezkanaal (1967-1975) en doorhet verhevigen van de burgeroorlog in Ethiopië (1974). Door de daarmee samenhangende sluiting van de spoorlijn Djibouti-Addis Abeba en de ontwikkeling van de Eritrese havenstad Assab stagneerde de handel met Ethiopië, die de laatste jaren (in 1996 tekenden Djibouti en Ethiopië een handelsovereenkomst) en zeker nu sinds het Ethiopisch-Eritrees conflict weer aantrekt. Door de natuurlijke gesteldheid van het land is slechts verbouw van dadels en groenten op beperkte schaal mogelijk. Van enig belang is de veehouderij (runderen, schapen, geiten en kamelen), vnl. beoefend door nomaden. Langs de kust is enige artisanale visserij. Er wordt zout gewonnen (voor interne ruilhandel); de bodem bevat vermoedelijk gips, mica, amethist en zwavel, maar van mijnbouw is nog geen sprake. De industrie is onderontwikkeld en draagt nog voor geen 20% aan het BNP bij. Vrijwel alle voedingsmiddelen en gebruiksmiddelen moeten worden geïmporteerd. Dat geldt ook voor aardolie die noodzakelijk is voor de energievoorziening. De export (o.m. huiden) is te verwaarlozen. De belangrijkste handelspartner is Frankrijk, gevolgd door Ethiopië. De handelsbalans is sterk negatief. De buitenlandse schuld bedroeg in 1993 US$ 225,4 miljoen. De balangrijkste donoren zijn EU, Frankrijk, Italië, Saoedi-Arabië, Irak en Libië. In 1996 zijn de regering en het IMF voor het eerst een overeenkomst voor een stand-by krediet van US$ 6,7 miljoen overeengekomen. Er is een spoorlijn die Djibouti met Addis Abeba verbindt; de hoofdstad heeft een internationale luchthaven. Nog geen 10% van de wegen is geasfalteerd. |
|
| Ontwikkelingsrelevante indicatoren |
|
Groeisectoren |
Haven |
|
Energiesituatie |
Djibouti is volledig afhankelijk van import van petroleumprodukten. |
|
Human development index |
0,462 (2001, 153e plaats van in totaal 175) |
|
Human poverty index |
34,3% (55e plaats van in totaal 94) |
|
Gender-related development index |
Niet beschikbaar |
|
% inwoners dat leeftijd van 40 niet haalt |
42,9% (2000-2005) |
|
Alfabetisering |
55,5% (v) – 76,1% (m) (2001) |
|
% mensen met toegang tot veilig drinkwater |
100% (2000) |
|
% mensen met toegang tot essentiële medicijnen |
80-94% (1999) |
|
% kinderen tot 5 jaar met ondergewicht |
26% (1995-2001) |
| Binnenlandse politiek |
De twee grootste bevolkingsgroepen zijn de Afar (37%), van Ethiopisch-Eritrese afkomst, en de Issa (47%), die tot de Somaliërs behoren. Ca. 6% van de bevolking bestaat uit Arabieren en ca. 8% uit Europeanen (vnl. Fransen). De Afar en de Issa zijn moslimvolken met een traditionele, nomadische economie en een sterk culturele binding. De Afar wonen in het noorden, de Issa in het zuiden. De gemiddelde bevolkingsgroei bedraagt 3,1% per jaar. 75% van de bevolking woont in de steden. De (verborgen) werkloosheid is groot (70%). Door de natuurlijke gesteldheid van het land (nog geen kwart procent is bruikbaar voor de landbouwen dat gedeelte wordt onderbenut), moeten vrijwel alle voedingsmiddelen en gebruiksgoederen geïmporteerd worden. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte was in 1992 50 jaar. De Afar en de Issa spreken een Koesjitische taal. Officiële talen zijn Arabisch en Frans, De bevolking is overwegend soennitisch-islamitisch. |
| Mensenrechten |
| Volgens betrouwbare bronnen worden in Djibouti de mensenrechten geschonden. De veiligheidsdienst heeft in 1998 een tegenstander van de regering buitenrechtelijk ter dood gebracht. Er zijn betrouwbare rapporten dat sommige leden van de veiligheidsdienst verdachten mishandelen en vrouwelijke verdachten sexueel misbruiken. De omstandigheden in de gevangenissen zijn slecht. De regering valt politieke opponenten, vakbondleiders en journalisten lastig, intimideert hen en sluit hen op. Het recht van vergadering en van vereniging is beperkt. Discriminatie tegen vrouwen duurt voort, en de praktijk van vrouwenbesnijdenis komt veelvuldig voor. Ook discriminatie op basis van etnische achtergrond komt veel voor. In 1998 werden veertien onder dwang uit Ethiopië gedeporteerde tegenstanders van de regering gedetineerd voor aanklachten wegens gewapende samenzwering. Een oppositieleider (Ahmed Daher Farah) werd in oktober 1998 twee weken vastgehouden. |
| Buitenlands beleid en veiligheidsbeleid |
| Sinds de onafhankelijkheid,
heeft Djibouti in de Hoorn van Afrika een betrekkelijk neutrale politieke
positie ingenomen. Het heeft de regionale samenwerking bevorderd door zich
actief op te stellen in IGAD-verband (Intergovernmental Authority on
Development); de voorloper van IGAD (IGADD) was een idee van president
Aptidon. Djibouti moet echter altijd balanceren tussen zijn grotere en
machtiger buren. Terwijl Djibouti heeft getracht een neutrale houding in
te nemen in het recente conflict tussen Ethiopië
en Eritrea, is een van de gevolgen van het conflict dat een groot deel van
de export van Ethiopië via de haven Djibouti gaat. Dit heeft geleid tot
een versteviging van de economische en politieke banden tussen beide
landen. Deze banden waren sinds de handelsovereenkomst van 1996 al nauwer
geworden. De betrekkingen met Eritrea zijn hierdoor echter
verslechterd en in november 1998 officieel verbroken. Djibouti nam in het
conflict tussen Eritrea
en Yemen over de Hanish archipel een neutrale positie in, ondanks de
banden die Djibouti onderhoudt met de Arabische wereld. Buurland Somalië
- de rivaliteit tussen clans speelt ook in Djibouti een rol - is een punt
van zorg vanwege de burgeroorlog en de eenzijdige
onafhankelijkheidsverklaring van Somaliland in 1991. De internationale
toegang tot Somaliland loopt echter via Djibouti en het land profiteert
aldus financieel van de doorgang van Somaliërs, UN- en NGO-personeel van
en naar Hargeisa.
In Djibouti is een grote Franse marinebasis, die een vaste landingsbasis vormt tussen Frankrijk en de bases in de Indische Oceaan. De Franse basis is een garantie tegen potentiële dreiging vanuit Ethiopië en Somalië. De Franse troepen in het land mogen zich niet bemoeien met interne aangelegenheden, maar zijn bij verdrag gebonden te zorgen voor de verdediging van het land. In juli 1997 werd aangekondigd dat het Franse garnizoen over een periode van vijf jaar van 3.800 tot 2.600 zal worden teruggebracht als onderdeel van een algehele hervorming van de militaire aanwezigheid van Frankrijk in Afrika. Slechts een kleine minderheid van de bevolking van Djibouti is Arabisch, veelal van Yemenitische oorsprong. Echter, net als Somalië, beschouwt Djibouti zich als een Arabische staat. Het speelt een actieve rol in de Arabische Liga en in internationale Islamitische organisaties. De Islam is de officiële godsdienst. |