![]() |
Nieuws |
|
Verkrachting is ongeveer de norm in Congo BRUSSEL - Ondanks het officiële einde van de oorlog worden vrouwen nog steeds verkracht. Het wordt bijna de norm en het gebeurt met zo'n sadisme dat de term verkrachting nog niet sterk genoeg is. Dat stelt zegt Marie-Noël Cikuru, die in het Congolese Bukavu slachtoffers van seksueel geweld bijstaat. Gisteren sprak zij de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers toe.,,Hoe verklaar je dat een man na een verkrachting zijn geweer afvuurt in de vagina van de vrouw? Hoe noem je het als ze mensen vermoorden die verkrachtingen proberen te voorkomen, dat ze baby's vermoorden, dat ze losgeld vragen voor vrouwen die ze voor verkrachting meenemen naar de bossen?'', vraagt Cikuru geëmotioneerd aan het einde van een lang gesprek in een zaaltje aan het Brusselse Vossenplein. ,,Dat is geen verkrachting om seks. Dat is om de mensen kapot te maken. Niet minder dan dat. De Congolese overheid, de Monuc (UN Organization Mission in the Democratic Republic of the Congo (MONUC - VN-blauwhelmen) en de internationale gemeenschap hebben toegelaten dat de situatie na de oorlog op sommige plaatsen verslechterde, in plaats van verbeterde.'' Mevrouw Cikuru is in België om samen met haar landgenote Georgette Biébié, de nationaal voorzitster van Caucus des Femmes Congolaise in Kinshasa, kracht te zetten aan een resolutie die in de Belgische Kamer is stemming komt. De resolutie roept de hele Belgische regering op meer te doen en internationaal bijkomende steun te zoeken voor de Congolese vrouwen. De resolutie is al unaniem goedgekeurd in de Commissie Buitenlandse Zaken. De stemming erover is ook gepland in de aanloop naar het referendum over de nieuwe grondwet in de Democratische Republiek Congo, op 18 december. Het voor stel voor de nieuwe grondwet bevat artikelen over seksueel geweld en de positie van de vrouw en schept dus mogelijkheden. Het Belgische ministerie van Ontwikkelingssamenwerking heeft acht miljoen euro uitgetrokken voor een vierjarig project tegen seksueel geweld. Het project is dit jaar van start gegaan en wordt gecoördineerd door de Verenigde Naties. Nationale aanpak ,,Dat is prachtig. Maar wij vrezen dat het project geen kans van slagen heeft als er geen ruimer kader is. Daartoe dient deze resolutie. Het Belgische project loopt in drie, mogelijk vijf, provincies, maar bijvoorbeeld het falend juridisch systeem om de daders te bestraffen moet je nationaal aanpakken'', zegt Lut Joris van Sensoa, het Vlaams centrum voor seksuele gezondheid. Zij werkte samen met Magda De Meyer (sociaal progressief alternatief), Karine Lalieux (Parti Socialiste) en andere Kamerleden die de resolutie indienden. Ondanks het officiële einde van de oorlog in Congo duurt het geweld tegen vrouwen nog steeds voort, vooral in het oosten van het land, en dreigt het zelfs de norm te worden, zo blijkt uit rapporten van mensenrechtenorganiaties. Cikuru staaft de bevindingen in die rapporten met eigen cijfers: aleen al in november ontving haar Service d'Ecoute in Bukavu 111 verkrachte vrouwen die zich voor het eerst meldden. Zestig procent van hen was dit jaar verkracht. ,,En wij zien maar het topje van de ijsberg. Het gaat enkel om die vrouwen die de kracht en de moed hebben om vanuit de dorpen naar ons in de stad te komen. Het taboe op het platteland is enorm.'' ,,De vrouwen zoeken in de eerste plaats medische hulp'', zegt Cikuru. ,,Wij proberen hen daarnaast te helpen zichzelf opnieuw als mens te zien. De vrouw redeneert meestal dat, omdat haar iets slechts is overkomen, ze zelf slecht is. We peilen naar iets in haar ervaring dat haar van het tegendeel overtuigt, bijvoorbeeld hoe ze zich heeft verzet bij de verkrachting, hoe ze zelf ontsnapt is. Daarnaast helpen we haar ook weer op eigen benen te staan - bijvoorbeeld met een klein startkapitaal om een eigen winkeltje te beginnen.'' Tegenstrijdig De meeste daders worden nooit gestraft. Cikuru: ,,Dat maakt het voor de vrouwen extra moeilijk. Wij zeggen hen dat wat ze hebben meegemaakt een misdaad is, maar de vrouwen zien dat de daders niet worden vervolgd. Het maakt onze boodschap tegenstrijdig. Bijna alle vrouwen zeggen ons dat ze bereid zijn te getuigen, als er echt vrede zou komen. Maar nu zijn ze te bang; in sommige gevallen lopen de verkrachters nog rond in hun dorp.'' ,,Dat het lang niet alleen de Rwandese milities zijn die verkrachten, maar ook Congolese militairen en zelfs Congolese burgers, vinden wij extra verontrustend'', zegt Joris. ,,Het is geen zuiver oorlogsprobleem meer. Het dreigt een probleem van de maatschappij op zich te worden.'' |