![]() |
Benin Impressies 1 zie ook het nagekomen bericht onderaan deze pagina |
|
| Datum van aankomst:29 01 ‘03 | Datum van vertrek : ? | Kilometerstand reis : 16.800 |
| De route in Benin: Notse Togo, Abomey, Dassa, Savalou, Bassila, Djougou, Natitingou, Parc Nationale de Pendjari, Parakou, Kandi, Niamey - Niger | ||
In Benin is het net iets anders dan in de omringende landen. Tot nu toe krijgen wij nog weinig greep op het anders zijn. Maar we zijn dan ook nog maar drie dagen in dit land. Vergelijkingsmateriaal over hoe het vroeger was, hebben wij niet omdat Benin nooit eerder op ons reisprogramma heeft gestaan. Zeker is dat het over het algemeen minder vervuild is en men de bossen niet afbrandt. Sterker nog, er staat een behoorlijke gevangenisstraf op ‘bushbranden’. Dat maakt dat als je door het land rijdt de kleur groen de boventoon voert en dat is aangenaam voor het oog. De mensen en vooral de mannen dragen net iets meer gewaagde en gekleurde kleding dan in de rest van West-Afrika. Wij reizen in de tijd dat de ‘harmattan’, de hete, bruine woestijnwind op zijn laatste benen waait en de vochtigheid van het naderend regenseizoen zich aankondigt door dampige, grijze mist zodat het klam warm is met temperaturen van rond de vijfendertig graden. Dan nog te weten dat er twaalf koningen in dit niet al te grote land leven, allen met een roemrijk voorgeslacht en dito ontstaansgeschiedenis, maakt dat Benin een land uit een sprookje zou kunnen zijn. Het alom tegenwoordige verschijnsel van fetisj, voodoo en fantomen versterkt dit beeld.
Om de vochtige warmte van de kust te ontlopen zijn we via het binnenland van Togo doorgestoken naar de oude hoofdstad Abomey van Dahomey, zoals vroeger Benin heette. Een bijna verplicht bezoek aan de koninklijke paleizen die nu dienst doen als nationaal museum en die op de lijst ‘world heritage’ van UNESCO staan, wordt ondanks de hitte afgewerkt. Veel van de daar tentoongestelde zaken is te zien op de website van dit museum. Het gebied van de paleizen moet in vroegere tijden een van de indrukwekkendste gebouwencomplexen zijn geweest van West-Afrika. Het eerste paleis is geconstrueerd in 1645 door de derde koning van Dahomey en iedere volgende koning van de Fon, zoals het volk hier heet, bouwde zijn eigen paleis er naast zodat in de negentiende eeuw het paleizencomplex een oppervlakte had van 40 hectaren, ommuurd door een wal van 10 meter hoog en 4 kilometer lang. Binnen deze muren woonden destijds 10.000 onderdanen. |
| De koninklijke paleizen van
weleer zijn nu nationaal museum |
Katoen in de dorpen | Yamveldje voor het dorp |
Een vergelijking met het Alhambra in Granada, waar wij in september van het vorig jaar tijdens deze reis waren, ligt voor de hand. Helaas stamt het paleismuseum, dat nu toegankelijk is voor publiek, uit het jaar 1818 en bevat de paleizen van laatste twee grote koningen die daar leefden: Ghézo en Glélé. Vluchtend voor de invasie van de Fransen in 1892, beval de zoon van Glélé, Behanzin, de 10de koning, dat de paleizen in brand gestoken moesten worden. Het resultaat was dat slechts een klein deel van het paleizencomplex bewaard bleef, bestaande uit binnenplaatsen, ruimtes voor ceremoniën en de huizen waar de vrouwen van de koningen verbleven. Buiten het museum zijn de contouren te zien van wat ooit het gehele complex was. In de gebouwen, onder begeleiding van een sloffende gids die de sleutels draagt, de deuren voor je opent en de lichten ontsteekt, hebben wij de relikwieën van de koningen aanschouwd. Zo zijn er de tronen van 11 van de 12 koningen van Dahomey. De laatste koning werd gezien als een marionet van de Franse overheersers en zijn onderdanen hebben derhalve zijn troon weggesmeten. Vooral de troon van koning Ghézo maakt indruk omdat hij stoelt op vier schedels (geen echte) symboliserend de gevangen genomen vijanden. Achter de tronen hangen de geborduurde banieren met de symbolen en de soms bloedige heldendaden van de koninklijke families. In een ander gebouw laat men o.a. de wapens, de fetisj en het servies zien die deze heersers gebruikten en bij deze bonte verzameling valt op dat koning Glélé voorzien was van 800 vrouwen. Met veel herkenning en tevredenheid aanschouwden wij het origineel van de panter Agassou waarover wij gewag maken in de introductie van de gegevens van Benin en waarvan thuis in Amsterdam een kopie in brons prijkt. |
||
De bovenstaande woorden zijn geschreven in Savalou waar men met een royaal probleem zit. De koning van de Mahi, zoals de bevolking van Savalou en omgeving heet, is vorig jaar overleden. Men is er nog niet aan toe gekomen om een nieuwe koning te kiezen, alhoewel dit eenvoudig zou moeten zijn daar het de traditie is om een van de zonen van de vorige koning op de troon te plaatsen. Bij navraag of koningen ook een politieke factor van betekenis zijn, wordt dit in alle toonaarden ontkent en verklaart men dat deze figuren slechts een levende culturele functie hebben. |
|