Bijna drie weken geleden
liep een demonstratie uit op gevechten met
de politie waarbij tientallen mensen gewond
raakten.
In de schaduw van de
gebeurtenissen in Egypte is het volksprotest
tegen het regime in Algerije de afgelopen
dagen verder toegenomen. De betogers eisen
het vertrek van de 73-jarige president
Bouteflika die sinds 1999 aan de macht is.
Zie ook
NRC Nieuws
Louisa Hannoune, kandidaat namens een
trotskistische partij, eindigde als
tweede. De communiste kreeg volgens de
officiële uitslag 4,22 procent van de
stemmen. Volgens het ministerie was sprake
van een recordopkomst. Bijna driekwart van
de stemgerechtigden zou zijn komen
opdagen.
De oppositie beschuldigt de regering
van Algerije er echter van dat zij op
grote schaal heeft gefraudeerd tijdens de
verkiezingen. Het Front van Socialistische
Krachten, de belangrijkste
oppositiebeweging in Algerije, stelde in
een verklaring dat sprake was van „een
ware tsunami, van enorme fraude op
industriële schaal".
De 72–jarige Bouteflika heeft beloofd
de komende vijf jaar 150 miljard dollar
(112,8 miljard euro) te investeren in de
economie. Hij wil onder meer anderhalf
miljoen woningen laten bouwen en drie
miljoen nieuwe banen creëren.
Algerije, het op een na grootste land
van Afrika, kampt met een hoge
werkloosheid, woningnood en corruptie.
Bouteflika werd voor het eerst president
in april 1999.
Na een opstand van islamitische
extremisten in de jaren negentig keerde de
rust de laatste jaren terug in het olie–
en gasrijke land. Velen schrijven dat op
het conto van Bouteflika. Critici van de
regering stellen dat het leger en de
geheime diensten achter de schermen de
dienst uitmaken. Er zou geen sprake zijn
van een echte democratie.